Dat is de slogan van de Stichting Alpe D’HuZes en waar ik
mijn vorige blog mee heb beëindigd. Een kreet die velen heel makkelijk roepen
in de trant van “Ja, je moet doorgaan toch, want je kunt toch niet opgeven?”.
Wat betekent ‘Niet opgeven’ eigenlijk? Een vraag die ik mij de afgelopen tijd
vaak heb gesteld. Ik kwam tot een bijzondere ontdekking in mijzelf. Ik ben de
afgelopen maanden intensief bezig om mezelf en Brent weer in balans te brengen.
Zoals ik de vorige keer schreef, in beweging komen en uit het dal klimmen.
Allereerst over Brent. Ik was al enige tijd zoekende naar
‘iets’ wat hem zou kunnen ondersteunen in zijn ‘klim’. Hij had al kunstzinnige
schildertherapie op school gehad. Net als de vorige keer toen hij nog in de
kleuterklas zat, hielp deze therapie hem om dichterbij zichzelf te blijven.
Toch merkte ik doordat hij nu ouder is (8 jaar ipv 4 jaar) dat dit niet
voldoende is. Na eigen speurwerk op internet kwam ik in contact met het Toon
Hermanshuis, een inloophuis voor (ex)kankerpatiënten. Ik was blij verrast te
zien dat zij ook bijeenkomsten voor kinderen en jongeren organiseren. Intussen
is Brent 2x keer naar een bijeenkomst geweest en heeft ook al drie individuele
sessies gehad. Ontroerend mooi om te zien hoe al die kinderen, in de leeftijd
van 6 tot 11 jaar, zich enorm met elkaar verbinden. Zij weten van elkaar dat ze
een vader of moeder hebben die kanker heeft of heeft gehad. Dit geeft een
gevoel van ‘zij begrijpen mij’. Ze praten er met elkaar over en delen hun
gevoelens én spelen met elkaar . Geweldig dat hier tegenwoordig aandacht voor is.
Het fenomeen van vroeger ‘ach het zijn kinderen die zijn zo flexibel daar
hebben ze geen weet of last van’ is doorbroken. Ik ben zo intens trots op mijn
dappere zoon. Ik vind het zo moedig dat hij zich open stelt voor deze sessies en
hij heeft er telkens enorm veel zin in om te gaan. Hij gaat het aan met
zichzelf door dat wat hem dwars zit te delen met anderen. Ik moet menig keer ‘slikken’
als hij terugkomt en vertelt wat ze hebben besproken. Brent vertelde dat een
meisje uit de groep net haar vader had verloren. Zij vertelde waar ze was en
hoe het gegaan was toen hij dood ging. Ik zit vervolgens op de stoel met grote
ogen hem aan te kijken, want ik vind het nogal heftig wat ik hoor. Ik kijk hem
aan en zie op zijn gezicht dat hij het niet eng vind. Hij vervolgt zijn verhaal
en geeft aan dat een ander meisje in de groep toen zei “als je verdrietig bent
dan wil ik je wel troosten”. “Lief hè. mama, dat ze dat zegt”. Ik was ontroerd,
ik zag aan zijn gezicht en voelde aan de manier waarop hij het vertelde dat die
kinderen zich enorm met elkaar verbonden voelen en dat geeft veiligheid. Ik
hoop zo dat deze ervaring een waardevolle schat voor hem is. Een ervaring
waarin hij voelt dat het fijn is om emoties met elkaar te delen. Bij zijn
individuele sessies komt spelenderwijs naar boven waar hij bang voor is, boos
en verdrietig over is. Hij krijgt hierbij ook handvaten aangereikt over hoe
hiermee om te gaan. Zo liet hij mij zien wat hij o.a. had opgeschreven ‘ik ben
bang dat mama dood gaat’ en ‘ik haat slechte cellen’. Ondanks dat ik dit wist, kwam het flink bij
mij binnen, het zo op papier lezen maakte het nog echter. Zijn angsten en
slechte nachten zijn hiermee niet direct opgelost dat heeft tijd nodig. Ik ben
in ieder geval heel blij te zien dat hij
uit zijn dal aan het klimmen is.
Zo hebben we ook onze enorme genietmomenten. Afgelopen
weekend is zo’n moment. Zaterdag ging hij vol trots zelf een kadootje uitkiezen
voor Moederdag. Bij ons op het winkelcentrum staat dan een tent waar alleen
kinderen naar binnen mogen. In die tent liggen diverse verschillende kadootjes.
Zij kunnen daar zelf iets uitkiezen en vervolgens mogen ze een kadopapiertje
uitkiezen en alle versiersels die ze op het pakketje willen. ’s Middags bij het
Toon Hermanshuis heeft hij ook nog iets moois gemaakt. Zondagochtend 06.15 uur “Mam,
ben je al wakker?”. Ja, nu wel, pfff wel heel vroeg. Mag ik de kadootjes al
geven? Ik kon het natuurlijk niet over mijn hart verkrijgen om nee te zeggen.
Hij ging vol trots zijn kadootjes halen. Ik kreeg twee kadootjes, een reep
chocola met de tekst “Ik vind je lief en een hartje erop” en een doosje in de
vorm van een hartje met hartvormige snoepjes erin. Hij had ook nog een mooi aquarel
schilderij gemaakt ‘Brent en ik op het strand’. Vervolgens kreeg ik de liefste
glimlach en sprak hij de volgende woorden uit: Mam, je bent de allerliefste
moeder, je zorgt goed voor mij en bent er altijd voor me. Ik heb alleen voor
jou een tuintje in mijn hart! Je snapt het al, ik smolt weg en kreeg tranen in
mijn ogen. Brent vind dat geweldig als hij ziet dat ik er dan traantjes van
krijg, de charmeur!
Mijn dagen worden vooral gevuld met sessies bij de fysio,
haptonoom en therapeute/coach. Innerlijk word ik geconfronteerd met het besef
dat de kanker voor de 2e keer zich heeft geopenbaard en bovenal met
de emoties die hierbij gepaard gaan. Gevoelens van verdriet, boosheid en
angst en het volgende moment word ik
overvallen door een gevoel van enorme dankbaarheid. Dankbaar dat ik nog leef én
dat ik door de ziekte intenser leef, meer geniet van het moment. Natuurlijk is
het leven vol elementen waardoor ons hoofd vol raakt en waarover we ons zorgen
maken. Daarentegen zijn er altijd belevenissen die ons vreugde en blijdschap
brengen. Je kunt een keuze maken om dat niet als vanzelfsprekend te ervaren en
intens van te genieten.
Tegenslagen is niemand vreemd. De manier waarop je ermee
omgaat is voor iedereen anders. Afgelopen weken ben ik ook zoveel als mijn
lichaam het toe laat aan het trainen voor mijn doel om de Alpe d’Huez op te
fietsen. De weg naar 7 juni toe is laten we zeggen een soort pelgrimstocht. Een
tocht waarin ik met een aantal thema’s van mijzelf wordt geconfronteerd. Ik ben
iemand die de lat graag hoog legt en resultaatgericht is. Met een flink portie
gedrevenheid en wilskracht bereik je dan vaak wat je wilt. Maar ja in
hersteltraining is dat niet altijd handig, zeker niet als je het lastig vindt
om het een ‘tandje’ lager te doen. Zo kwam ik mij zelf enorm tegen toen ik voor
het eerst met Paula ging trainen op de tandem. Ik vond het spannend want ik had
al een keer getraind op de tandem met iemand anders en toen was mijn wond weer
een stukje open gegaan. Paula kende een leuk ‘rondje’. We vertrokken vanuit
Veenendaal de Utrechtse Heuvelrug op. Al snel merkte ik dat het stuur te laag
stond en ik weer veel pijn van borst- en schouderspieren kreeg. Ik zei niets.
Paula fietst graag op een zwaar verzet. Ik fietste mee en zei niets. Ik vond
nl. dat ik dat ook moest kunnen en niet mocht opgeven. Uiteindelijk heb ik toch
een keer aangegeven dat ik een ‘tandje’ lager wilde fietsen. Het ‘rondje’ bleek
bij terugkomst 60 km. te zijn. Ik was helemaal op en had enorm veel pijn. Ik
heb hier 4 dagen van moeten herstellen. Ik kwam mezelf dus flink tegen. Ik
krijg het gevoel dat als ik een tandje lager moet dat ik dan opgeef want ik
haal nl. niet het beoogde en gewenste resultaat. Na een goed gesprek met mezelf
en mijn coach, kwam ik tot de conclusie dat ik niet op deze manier van ‘ploeteren’
de berg op wil. Dat zou juist ten kosten gaan van mijn lichaam in plaats van
dat ik weer vertrouwen in mijn lichaam krijg. Ik wil met plezier de berg op.
Hierdoor kon de geplande training van 2 dagen later niet doorgaan. Paula ging
alleen trainen en kwam ten val en scheurde hierbij een aantal spieren in haar
bovenarm. Gezien het korte tijdsbestek naar 7 juni toe, is het niet meer
mogelijk dat zij met mij de berg op gaat. Heel teleurstellend maar het is niet
anders. Het vroeg om weer bij te stellen en los te laten.
De Stichting 2climb2raise zet zich enorm in voor ons
(ex-kankerpatienten) en verzekert mij dat er nog andere captains zijn en dat ik
hoe dan ook de berg op ga. Intussen heb ik contact met Bart, de eigenaar van
sector2bikes die de tandems levert. Hij zorgt ervoor dat er achterop een stuur
op komt wat hoger in gesteld kan worden. Geweldig dat dit allemaal geregeld kan
worden, want anders zou ik gezien de laatste 2 trainingen niet de Alpe op
kunnen.
Vervolgens komt het nieuws dat een teamgenoot Jo niet mee de
berg op kan. Er is ineens een uitzaaiing in de hersenen geconstateerd. Dit
nieuws komt als een bom bij ons allemaal binnen. Ik voel enorme boosheid in
mij. Wat een kutziekte is het toch, als een sluipmoordenaar kan ie ineens weer tevoorschijn
komen. Dat raakt mij diep en voel ik weer even die angst. En dan ontstaat er de
verbondenheid op twitter waarin ik dit deel met andere stokers, captains en
vrienden. Ik voel dat dat kracht geeft om door te gaan.
Afgelopen weekend stond een training gepland in Zuid
Limburg. Na in de vroege ochtend met mijn zoon te hebben genoten van Moederdag,
breng ik hem weg naar goede vrienden. Brent heeft mooie rozen uitgezocht voor
Marthe, zijn 2e moeder zoals hij zelf zegt. Ik ga er van door en
daal af naar het diepe zuiden ook wel de Dutch Mountains genoemd. Ik heb er
vaak gewandeld dus ik weet dat daar pittige beklimmingen zijn met een flinke
stijgingspercentage, vergelijkbaar met de Alpen. Alleen de Alpe is veel langer
in kilometers en alleen maar stijgen. Aldaar aangekomen, ik was lekker vroeg,
plof ik neer op het terras bij 2 teamgenoten. Ik krijg een fijn gesprek, we
delen onze ervaringen. Fijn om die herkenning te hebben en de verbondenheid te
voelen. Ik voel de spanning in mijn lijf. Wat gaat het worden vandaag. Ik voel
me onzeker. Gaat het verhoogde stuur helpen? Kom ik die heuvels hierop? Hoe
gaat mijn lijf reageren?
Bart is vandaag mijn captain, hij heeft maar liefst 15 jaar
tandem ervaring en is samen met zijn vrouw al velen Alpen op gefietst. Om 13
uur gaan we van start. Het zonnetje schijnt, er staat wel wat wind en de
temperatuur ligt rond de 13 graden. Ik ben goed warm gekleed want de vorige
keer was ik totaal verkleumd van de kou. We vertrekken vanaf Schin op Geul
richting Mechelen dan de Schweiberg op met een gemiddeld stijgingspercentage
van 4% met stukken van 9% erbij. Ik trap en trap en voel mijn hartslag snel
stijgen, sneller dan dat we de helling op gaan. Ik hoor mezelf hijgen en het
zweet gutst over mijn rug. Boven op de Schweiberg roept Bart: En zo moet je
straks bijna 4 uur de Alpe oprijden. De moed zakt even in mijn schoenen. De
gedachte van ‘Oh my god dat ga ik niet trekken’, komt in mij op. We zetten de
tocht voort via Epen naar de Camerig, ook een pittige klim. Ik zit weer flink
te hijgen en te stampen, zo van ‘ik moet en zal boven komen’ en de plezier in
het fietsen is even ver weg. Halverwege stopt Bart. Hij vraagt mij even bij te
komen en geeft aan dat we de tocht nu op een andere manier gaan doen, namelijk ‘niet
ploeteren en duwen maar met gemak en plezier’. Eerst laat hij mij ervaren hoe
je kunt balanceren met een tandem. Achterop een tandem moet je nl. volledig
vertrouwen hebben in je captain. Hij stuurt en schakelt. We gaan weer op weg.
Hij geeft aan heel langzaam te trappen totdat we bijna stil staan. Ik voel dat
ik het spannend vind en geef dat ook aan, het gevoel van ‘we gaan omvallen’
bekruipt mij. Het lijkt wel een circusact, zo langzaam balanceren op een
helling. En dan geeft hij aan weer verder te trappen en ja hoor we komen met
gemak in beweging en vallen niet. Dit oefenen we nog een paar keer en ik voel
dat me dat een enorme boost van vertrouwen geeft. De tandem op een lichte
versnelling en we fietsen met gemak en plezier naar boven. Tuurlijk voel ik dat
ik spierkracht moet leveren, maar ik fiets mezelf niet ‘stuk’. Daarna fietsen we
nog een keer de Schweiberg op. Dit keer zonder hijgen en met plezier en gemak.
Een ongelofelijk ervaring. En niet vergeten de afdalingen. We mogen eigenlijk
maar met een snelheid van maximaal 35 km per uur naar beneden. Bart gaat in
volle vaart naar beneden. We overschrijden het maximum ook met gemak. Ik zie de
bochten aankomen en voel dat hij niet remt. Dit gaat niet goed, denk ik. Als
een professional hangen we in de bocht en sjezen we naar beneden. Dan kan ik de
kick voelen alsof ik in een kermisattractie zit. Heerlijk! Als we terug komen
bij ons vertrekpunt, voel ik dat ik zelfs nog energie over heb en ik mezelf
niet volledig leeg heb gereden. Ik ben in euforie! Ik voel dat ik veel overwonnen
heb vandaag. Ik voel dat ik door deze rit weer meer vertrouwen in mijn lichaam
heb gekregen. Dat het onmogelijk toch mogelijk bleek!
En nu kwam het antwoord op ‘wat is niet opgeven?’. Opgeven
betekent letterlijk stoppen met iets te doen. Ik had in mijzelf het idee gecreëerd
dat als ik het beoogde resultaat ‘mijn eigen hoge lat’ niet behaal dat ik dan
had opgegeven. Dit heeft het effect dat ik dus kost wat kost mijn doel zal en
wil behalen. Dit is een welbekende en oude manier. Deze manier wil en ga ik loslaten.
Ik heb nu geleerd dat als je iets op een andere manier doet dat je dan niet
opgeeft. Ik stop namelijk niet maar eigenlijk stel ik alleen bij op een voor
mij prettige en plezierige manier.
Een vriendin twitterde: ” Een pessimist klaagt over de wind.
Een optimist hoopt dat de wind wijzigt. Een realist stelt zijn zeilen bij!”
Ik antwoorde haar: Mooi gezegd. En je zeilen bijstellen is
niet zwak dat is juist sterk!
Het is dus niet een kwestie van opgeven maar van durven
bijstellen. Ik weet dat ik intussen moedig en dapper ben, na alles wat ik de
afgelopen jaren ben ondergaan. En mede door alle dierbaren om mij heen die mij
hierin enorm steunen en ook alle lieve reacties en donaties via mijn site http://deelnemers.opgevenisgeenoptie.nl/acties/vanessamartens/vanessa-martens/actie.aspx geven mij kracht om mijn pelgrimstocht voort
te zetten. Ik ga met plezier en gezonde spanning de beklimming van de Alpe D’Huez
tegemoet, van het dal naar de top. En met Pinksteren mogen we nog een keer
oefenen in het Limburgse heuvellandschap.
Luister hier naar het Alpe D'HuZes lied wat zo mooi aansluit mijn blog: