De waarheid wat is dat? Zit de waarheid in het verleden, het nu of in de toekomst? Of is het een samenspel van deze drie elementen? Wat is dat voor een rare vraag? De werkelijkheid zit toch simpelweg in de dag van vandaag. O ja, is dat zo? Waarom laten wij ons dan altijd beïnvloeden door wat gisteren is geweest (de ervaring) en dat wat ons morgen mogelijk gaat brengen (de veronderstelling)? Het nu, de dag van vandaag (het voelen) wordt gekleurd door onze ervaringen en veronderstellingen. Door de ervaring gaan we denken. Door de veronderstelling gaat onze analysator werken, wat mogelijk weerstand en angsten veroorzaakt. Hoe kun je dan nog heldere keuzes in het Nu maken die bij jou passen en die goed voor jou voelen? En dan nog maar niet te spreken over de invloeden van buitenaf. Zodra je namelijk je ervaringen en veronderstellingen met anderen deelt, krijg je te maken met de meningen van anderen. Dit alles kan jouw beeld over je eigen toekomst behoorlijk vertroebelen en blijf je mogelijk doen dat wat anderen van je verwachten, althans jij denkt dat ze dat van je verwachten.
In deze fase in mijn leven bemerk ik dat het telkens richten op dat wat ik denk wat anderen van mij verwachten een manier is om me te verschuilen, ik hoef dan de waarheid van mezelf niet onder ogen te zien. Simpel gezegd, ik word aardig gevonden want ik doe wat van mij verwacht wordt. Dus waarom zou ik voor mezelf opkomen, mijn eigen beslissingen nemen en mijn hart volgen oftewel mijn leven op zijn kop zetten. Maar zoals vroeger mij als klein meisje vaak is ingeprent ‘de waarheid wordt altijd achterhaald!’. Ook nu ondervind ik dat in mijn leven. Hoe pijnlijk dat het is, ik ervaar het als een geschenk. Een geschenk? Ja, om nog bewuster van mezelf te worden, pijn en verdriet te ervaren en los te laten en vervolgens een groeistap te kunnen maken, zonder te weten waar mijn pad naar toe leidt. De afgelopen maand ben ik druk in de weer geweest met allerlei gesprekken in het ziekenhuis. Anno 2009 wordt je tot in de detail geïnformeerd over wat er komen gaat. Het begint met een mamma care verpleegkundige, een veredelde verpleegster die zich heeft gespecialiseerd in het begeleiden van borstkankerpatiënten. Het begeleiden bestaat meer uit informeren dan echte mentale ondersteuning. Ze heeft even aan het begin van het gesprek gevraagd hoe het met me gaat, daarna steekt ze in een sneltreinvaart van wal. Roept naar mijn vriendin, “je hoeft niets op te schrijven hoor, alles staat in de brochures”. Nou dat blijkt niet zo te zijn. De bloederige details over onder andere een drain in je wonden die er nog in zit als je na je operatie naar huis wordt gestuurd en dat jezelf het wondvocht moet aftappen, zijn duidelijk achterwege gelaten.
Ze begint haar verhaal met de dag voor de operatie dat ik een hele dag een soort jobrotation op verschillende poliklinieken moet ondergaan. Te beginnen op de nucleaire afdeling waar radioactieve vloeistof in mijn tumoren zal worden ingespoten, groen van kleur (ja de details!),….ik heb direct associaties met Tsjernobyl. Daarna ‘mag’ ik mij melden bij radiologie 3x om het uur onder de scan, kijken of ik genoeg groen ga kleuren…..wordt ik dan toch de eerste vrouwelijke hulk? Misschien ontmoet ik dan nog die leuke radioloog die mijn vriendin en ik bij een eerder bezoek hebben gespot. We hebben toen weer zo gelachen. Je gevoel voor humor wordt duidelijk anders als kankerpatiënt maar zeker niet slechter. De dames van het secretariaat bekende ook direct dat hij dé mister McDreamy van het AvL is. Toen wij de secretaresse het verhaal van dokter Bernard bij de echo van de vorige keer vertelde, liet zij in de lachsalvo per ongeluk ontvallen dat hij een vreselijke lastige man is. De dokterromans en alle hospital-soapseries zijn dus waar!
Goed, de mamma care verpleegkundige vervolgt haar verhaal. Tussen de scans door moet ik mij melden bij de bloedprikbalie voor weet ik hoeveel buisjes bloed. Nu maar hopen dat ik niet onderuit ga. Moet er om grinniken, bang voor bloedprikken?????,denk ik. Ach gelukkig ben ik niet de enige, ik ken er meer om mij heen en die liggen even later ook gevloerd op de grond. Na ht bloedprikken op naar de plastische chirurg die met zijn dikke viltstiften een Van Gogh tekening zal achterlaten. ‘s Avonds dus voorzichtig douchen is de opdracht! Zo krijg ik ook stap voor stap te horen hoe de dag van de operatie zal verlopen. Wederom de details van blauwe vloeistof die ik krijg ingespoten en waardoor ik dus blauw ga plassen. Intussen voel ik mij misselijk worden. Ik heb het idee dat ik naar een aflevering van Chirurgenwerk zit te luisteren, alleen dit keer gaat het over mij. Zijn deze details echt nodig? Zijn die van enige nut in mijn proces? In een waas hoor ik haar iets zeggen over de pijnbestrijdingsmethodiek. Dat ik mijn pijn moet gaan beschrijven door er een nummer aan te geven tussen de 1 en 10. Ik geloof mijn oren niet, moet ik straks als ik lig te creperen van de pijn nog nadenken over een cijfer en of dat cijfer dan wel hoog genoeg is, anders krijg ik een te laag werkend pijnstillend middel. “Ja, we gaan zelfs tot de zwaarste morfine”, zegt ze er nog vrolijk achter aan. Intussen bemerk ik dat ik na een uur vol zit en zoals in vele voorafgaande gesprekken afhaak en niets meer in mij opneem. Het is dan ook geweldig fijn dat mijn lieve vriendin Paula bij ieder gesprek aanwezig is.
Aansluitend op dit gesprek moeten we ook nog naar de anesthesist. Gelukkig staan we daar na een kwartiertje weer buiten. De inhoud van het gesprek gaat volledig langs mij heen. Mede door het voorgaande gesprek en helemaal op het moment dat zij het over een mondkapje heeft. Dat woord triggert mij blijkbaar op een oud trauma wat ik compleet had verdrongen. Ineens trek ik wit weg. Ze bemerkt het en vraagt wat er is. Ik vertel haar dat er oude filmbeelden door mijn hoofd flitsen. Die beelden laten zien dat ik als klein meisje op een tafel in een operatiekamer lig. Een mondkapje op mijn mond en over mijn neus krijg gedrukt. Ik krijg het benauwd en wil het kapje wegslaan. Dan voel ik dat mijn polsen stevig op de tafel worden gedrukt en ik geen kant op kan. Ik raak in paniek en val met dat gevoel in een diepe slaap. De anesthesist knikt bevestigend dat het ruim 30 jaar geleden inderdaad zo aan toe ging. Jeetje de angst voor de operatie is dus gekleurd door een oude ervaring! Ik merk dat ik moeite heb om de waarheid onder ogen te zien. Ik heb kanker en het is niet mijn grote teen die recht gezet moet worden maar een heftige zware operatie.
De week erop gaan we naar de plastische chirurg. Paula en ik zitten bij balie 3 in de wachtruimte. Het is druk en de sfeer is bedrukkend. Nou daar gaan we wat aan doen! Om de tijd te doden, grappige uitdrukking…, gaan we ongegeneerd alle chirurgen keuren en beoordelen (lees veroordelen!). De eerste, een man, eind de veertig, klein, kapsel Balkenende…..ik voel een directe allergie bij mij teveel religieuze energie, Paula vindt hem wel schattig. Dan een vrouw, toe aan haar pensioen, gooit een raar hoog klinkend lachje eruit. Paula en ik kijken elkaar direct aan en schudden tegelijk Nee en roepen, “die willen we niet”. Dan nummer drie, een man, begin de veertig, zonnebankje gehad, blauw/wit gestreept overhemd en met een Gooise aardappel in zijn keel roept hij de volgende patiënt. Het type dat ongetwijfeld de dames een maatje groter adviseert met name omdat ie daar zelf zo vreselijk op geilt. Nee dat moet hem zeker ook niet worden. Nummer 4, weer een man, halverwege de veertig, zwart iets langer haar met wat charmante grijze manen erin, guitig, vrolijk en een ondeugend gezicht en met een Brabant accent roept hij zijn volgende patiënt. Paula en ik zijn als Brabanders er direct over eens, dat moet hem worden! Drie kwartier verder…..hij komt voor de derde keer met een nieuw dossier onder zijn armen aangelopen. Dit maal roept hij mijn naam. Enthousiast roep ik, “zo dat hebben we goed neergezet”. Iets te hard want hij hoort het. Hij is inderdaad ondeugend. Hij slaat mijn dossier open, kijkt naar de foto, kijkt mij aan en zegt “leuke foto”. Ik ben in een bijdehante bui en werp hem terug “Ja en in het echt nog veel leuker!”.
De toon is gezet en het wordt een jolige bedoeling. Alle details over de borstspier die los gesneden gaat worden van het botvlies….Au!, protheses gevuld met siliconen, wine-gumgel of een zoutoplossing, tepelbanking en een hartje of zonnetje die je rond je tepel kunt laten tatoeëren. Hij vertelt me ook dat ik mij moet voorbereiden dat mijn borst na de operatie er verminkt zal uitzien en 3 maanden nodig heeft om er hopelijk enigszins weer ‘normaal’ uit te zien. “Het komt allemaal goed, hoor ik hem zeggen”. “Jij hebt makkelijk lullen”, denk ik. Hoe zou jij het vinden om 3 maanden met een verschrompelde worst in je broek te lopen of nog erger dat je knakworst 3 maanden geen stevige braadworst meer wil worden. Nou dan ‘lul’ je wel anders. Toch blijf ik de ‘sterke’ en vrolijke Vanessa en laat van mijn boosheid niets merken. Later bij thuiskomst voel ik de pijn van het verlies van mijn borst en de vreugde dat een directe reconstructie mogelijk is. Maar de waarheid wil nog niet helemaal tot mij doordringen.
In de daaropvolgende week komt de bekende man met de mokerslag langs. Ik voel mij wegzakken in onbeschrijfelijke doodsangsten. Ik laat mij leiden door allerlei veronderstellingen. Ik ga dit niet overleven en voel me intens eenzaam. Dit gevoel wordt nog heftiger als in die week ‘mijn’ maatje onaangekondigd wederom een stilte inlast en niets meer van zichzelf laat horen. Een heimelijke relatie hebben is sowieso niet ‘handig’ en zeker niet als je ernstig ziek wordt. Wat is de waarheid van liefde? Simpel houden van? Zo simpel blijkt dat niet te zijn. Waarom laten we ons juist het meest in de liefde beïnvloeden door het verleden en de (mogelijke) toekomst? En welke waarheid hou ik mezelf voor ogen? Vol overgave beleef ik mijn emoties. Waarom wegdrukken? Ze mogen er gewoon zijn,
Ook krijg ik in die week een discussie met de afdeling Planning van het ziekenhuis. Ik zit namelijk al 1,5 week te wachten op mijn operatiedatum. Uiteindelijk, de operatiedatum staat nu gepland, woensdag 4 februari gaat het gebeuren!
Het komt echt dichtbij…..het moment van de waarheid. Ik ga mij trachten voor te bereiden. Als alles goed verloopt mag ik na 3 tot 4 dagen naar huis en dan gaan mijn fantastische lieve vriendinnen Edith en Manuela, Brent en mij verzorgen. Ik mag namelijk 3 weken niets doen! Dat wordt een knop omzetten, afhankelijk zijn roept direct een gevoel van tot last zijn bij mij op. Gelukkig kennen zij mij al meer dan 20 jaar en zeggen dan ook dat ze veel van mij houden en dat ook uit liefde voor me doen! Dat is een heldere waarheid.
De waarheid van het Nu voor mij is:
Ik ben heel onrustig, ben moe lig telkens vroeg in bed en slaap om 12 uur nog niet soms zelfs om 2 uur nog niet. Ik voel de angst voor de fysieke pijn en de eenzaamheid en voel het gemis van mijn maatje. Het afwachten of mijn okselklieren schoon zijn of niet en dus nog steeds niet wetende of mijn hele lijf al vol kanker zit, vindt ik het spannendste. De agressiviteit van de tumoren zal mijn overlevingskansen bepalen. Gelukkig kan ik nog steeds vreugde voelen van de liefde van vriendschap. En bovenal de liefde van mijn zoontje Brent, die de hele dag loopt te roepen dat hij verliefd is op Iris en Elsemieke uit zijn klas. Kortom een huis vol liefde! Ik ben in mijn readingopleiding aan het leren hoe liefde en genegenheid aan mijzelf te geven. Ik ga mij nu dan ook terug trekken en naar binnen richten. Ik geef mezelf een knipoog en een omhelzing. Ga volle moed verder met mijn proces en vraag mijzelf dagelijks af ‘Wat is mijn waarheid en durf ik die onder ogen te zien?’.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten